Nieuws

11 Mythen Over Ondervoeding In Latijns-Amerika

Published on 23 July 2014

Copyright: WFP/Honduras

Het is een misvatting dat honger en ondervoeding verwijzen naar dezelfde aandoening. Ondanks dat de twee vaak hand in hand gaan, zijn er significante verschillen. Met behulp van ‘The Global Alliance for Improved Nutrition’ (GAIN) hopen we de meest voorkomende misvatting te doorbreken. Lees hier hoe WFP ondervoeding in Latijns-Amerika aanpakt.

MYTHE 1: Ondervoeding is hetzelfde als honger.

Niet waar! Het is een algemene misvatting dat ondervoeding hetzelfde betekent als honger. Er zijn wereldwijd veel mensen die lijden aan ondervoeding, zelfs als ze genoeg eten om een vol gevoel te hebben. Dit komt omdat voedingsstoffen in hun dieet ontbreken. WFP lost dit probleem op door het voedsel te verrijken. Bijvoorbeeld in Panama, waar rijst een hoofdingrediënt is, verleent WFP technische ondersteuning aan de regering in het verrijkingsproces van rijst.

 

MYTHE 2: Ondervoeding heeft alles te maken te dun zijn.

Eigenlijk niet! Hoewel het waar is dat veel ondervoede baby's en kinderen ernstig ondergewicht hebben, is het een algemene misvatting dat ondervoeding alleen betrekking heeft op gewicht. Kinderen moeten voedzaam eten om te groeien en gezond te zijn, maar gezonde voeding met vitaminen en mineralen is vaak duurder dan ongezond voedsel zoals granen of koolhydraten. Door kinderen te voorzien van schoolmaaltijden probeert WFP de ondervoeding bij kinderen tegen te gaan. Een dagelijkse schoolmaaltijd biedt een stimulans om de kinderen naar school te sturen en helpt kinderen om zich te concentreren op hun studie, in plaats van hun maag. In Honduras bestaan schoolmaaltijden uit bonen, groenten en rijst.

 

MYTHE 3: Juiste voeding begint wanneer een kind wordt geboren.

Waar! Eigenlijk begint goede voeding al voordat een kind geboren is! In de baarmoeder heeft ondervoeding de grootste invloed: een foetus kan zich niet goed ontwikkelen. Later, tijdens de eerste levensjaren, zal de fysieke en mentale ontwikkeling van het kind belemmerd worden. Dit betekent dat de beste tijd om ondervoeding tegen te gaan in de eerste 1000 dagen is, vanaf de conceptie tot de leeftijd van 2 jaar. In Nicaragua biedt WFP zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven, niet alleen verrijkte voedingsmiddelen, maar ook training en voorlichting. Dit moet ervoor zorgen dat er meer vrouwen hun kennis over voeding uitbreiden en er meer vrouwen deelnemen aan preventieve gezondheidsprogramma's.

 

MYTHE 4: De gevolgen van ondervoeding zijn alleen gezondheidgerelateerd.

Niet waar. Ondervoeding heeft niet alleen een groot effect op de gezondheid, maar ook op de kwaliteit van leven. Kun je geloven dat volwassenen die ondervoed waren als kind gemiddeld tenminste 20% minder verdienen dan degenen die dat niet waren? Bovendien hebben ondervoede kinderen minder kans om goed te presteren op school en krijgen mogelijk een lagere economische status als volwassenen. Dit heeft tot gevolg dat ze meer kans hebben uit te groeien tot ondervoede volwassenen. WFP probeert dwerggroei te voorkomen door te zorgen voor geschikte aanvullende voeding, het bevorderen van voedinggerelateerde activiteiten en nationale regeringen te adviseren in hun beleid ter voorkoming van dwerggroei.

 

MYTHE 5: Ondervoeding is alleen van invloed op individuen.

Niet waar; De verstrekkende gevolgen van ondervoeding worden vaak gevaarlijk onderschat. Het heeft directe gevolgen op sterftecijfers, economische groei, productiviteit en het laat landen afglijden in een cyclus van armoede. Na een ramp bijvoorbeeld, blijven mensen achter met weinig eigendommen. Om nog meer ondervoeding na een ramp te voorkomen, levert WFP extra voedzaam voedsel en andere producten. Zoals dit jaar in Bolivia, waar WFP ‘High Energy Biscuits’ (HeBS) leverde, deze brengen het niveau van voedingswaarde snel weer op peil.

 

MYTHE 6: Ondervoeding gaat over hongerige kinderen in Afrika.

Helemaal niet waar! Het is waar dat we vaak foto’s van hongerige kinderen in Afrika tonen en het is waar is dat veel mensen in Afrikaanse landen lijden aan de gevolgen van ondervoeding. Maar we mogen de kinderen in andere delen van de wereld niet vergeten. Zo is volgens de ‘WFP World Hunger Map’, 44,5% van de bevolking in Haïti ondervoed. Dat is bijna de helft.

 

MYTHE 7: Ondervoeding is niet zo ernstig als andere ziektes in de wereld.

Niet waar! Ondervoeding is het allergrootste risico voor de gezondheid wereldwijd! Het dekt maar liefst 11% van alle ziektes in de wereld. Bovendien wordt 50% van alle kindersterfte toegeschreven aan ondervoeding. Elk jaar sterven 3,5 miljoen kinderen onder de vijf jaar. Om deze cyclus te doorbreken, werkt WFP in Ecuador op verschillende manieren aan projecten zoals schoolmaaltijden, voedselrantsoenen, emancipatie van vrouwen, Purchase for Progress (P4P) en voedingsvoorlichting.

 

MYTHE 8: Er is geen verband tussen voeding en HIV.

Niet waar! Goede voeding helpt het leven van HIV-patiënten juist te verlengen. Mensen met HIV kunnen een gebrek aan eetlust hebben, moeilijkheden hebben met de inname en ze kunnen slechte opname van de voedingsstoffen ervaren. Deze potentiële symptomen maakt het des te moeilijker voor het lichaam om te vechten tegen het HIV-virus. In 2010 begon WFP een project in Bolivia met als voornaamste doel tenminste 650 mensen met HIV te ondersteunen met een maandelijks voedselpakket, met daarin rijst, plantaardige olie, soja, granen, en zout.

 

MYTHE 9: Het is gemakkelijk om alle voedingsstoffen die je nodig hebt binnen te krijgen.

Ja, het is mogelijk, maar helaas is het niet altijd gemakkelijk. Essentiële vitaminen en mineralen in voeding zijn van belang voor de ontwikkeling van je immuniteitssysteem. Alleen als je de meest voedzame ingrediënten zou eten, zou je alle voedingsstoffen die je nodig hebt binnenkrijgen. In 2004 begon het WFP in Peru een project om bloedarmoede te bestrijden. Meer dan 1.000 moeders in de participerende gemeenschap namen deel aan een training en ontvingen een kookboek met goedkope, ijzerrijke en makkelijk te maken recepten.

 

MYTHE 10: Bloedarmoede kan worden teruggedraaid.

Waar! Eigenlijk kunnen de meeste vormen van bloedarmoede worden teruggedraaid! Bloedarmoede, ook wel anemie genoemd, is een wereldwijd probleem voor de volksgezondheid en wordt meestal geassocieerd met ijzertekort. Om dit probleem tegen te gaan, heeft de regering van Cuba een ‘Micronutrient Powder ontwikkeld’. Een initiatief dat wordt ondersteund door het World Food Programme (WFP). ‘Micronutrient Powder’ zijn zakjes met vitaminen en mineralen in de poedervorm dat op semi-vast voedsel gestrooid kan worden.

 

MYTHE 11: verrijkte voedingsmiddelen zijn GGO's.

Niet waar! In werkelijkheid hebben ze niets met GGO’s te maken. De term GGO betekent Genetisch Gewijzigd Organisme. Met de GGO-technologie kunnen wetenschappers doelgericht één of meerdere gewenste eigenschappen toevoegen aan een bepaald organisme, in bijvoorbeeld voedsel. Onze verrijkte voedingsmiddelen leveren meer energie, micronutriënten en macronutriënten, alle drie noodzakelijk voor de groei en goede gezondheid. Sinds 1976 heeft Colombia een Super Cereal genaamd Bienestarina geleverd.

 

Klik hier voor meer informatie over WFP.

Om meer te leren over hoe we de wereldwijde ondervoeding kunnen aanpakken, bezoek GAIN's.