Nieuws

Ondervoeding kost Oeganda jaarlijks 5 procent van het BBP

Published on 21 June 2013

Jaarlijks verliest Oeganda ongeveer 943 miljoen werkuren door het lange-termijn effect van ondervoeding op Oeganda ‘s werknemers. Copyright: WFP/Stephen Wandera

Oeganda verliest ongeveer US $899 miljoen per jaar ten gevolge van ondervoeding. Dit is de alarmerende conclusie van een nieuw onderzoek met de titel ‘De kosten van honger in Afrika’. Dit onderzoek meet voor het eerst de economische gevolgen van honger op het continent. Oeganda is de eerste van 12 landen in de regio die haar bevindingen bekend maakt.

KAMPALA (Oeganda)- Wijdverspreide ondervoeding kost het centraal gelegen Afrikaanse land Oeganda honderden miljoenen dollars per jaar door verloren productiviteit, volgens het onderzoek. Lees het persbericht hier in het Engels.

In het onderzoek omtrent de kosten van honger in Afrika wordt geschat dat Oeganda ongeveer US $899 miljoen per jaar verliest – ongeveer 5,6 procent van het Bruto Binnenlands Product- doordat werknemers sneller ziek worden en minder productief zijn omdat zij als kind niet de juiste voeding hebben ontvangen.

Publicatie: WFP in Afrika

WFP helpt Afrikaanse regeringen en gemeenschappen door specifieke programma’s per land om honger te bestrijden. In 2012 ging er, op een totaal van $4.2 miljard, twee derde ($2.7 miljard) naar Afrika. Voor meer informatie over wat WFP doet in Afrika kunt u WFP in Afrika downloaden (Pdf: 1.2MB).

“Dit zijn zeer verontrustende bevindingen”, zei premier Amama Mbazi, wiens regering een centrale rol speelde in het Oegandese deel van de studie. Hij zei dat de geleidelijke economische groei in Oeganda van de afgelopen jaren niet genoeg was om groeiachterstand en andere kostbare gevolgen van een slechte voeding aan te pakken.
 
Oeganda moet dringend investeren in voedingsgerichte maatregelen en in beleid hieromtrent om meer geld te kunnen sparen voor het land en haar inwoners, voegde de premier hieraan toe.
 
De kosten van honger
De bevindingen in Oeganda zijn de eerste uit het rapport ‘de kosten van honger in Afrika’ waarbij een studie gedaan werd naar 12 landen in de regio. Het onderzoek werd gesteund door de commissie van de Afrikaanse Unie, een orgaan dat een nieuw partnerschap is aangegaan voor Afrika’s ontwikkeling met de Economische Commissie voor Afrika van de Verenigde Naties en WFP.
 
Volgens het rapport haken ondervoede kinderen sneller af of presteren zij slecht op school. Dit onttrekt ongeveer $ 116 miljoen aan een economie die juist behoefte heeft aan geschoolde werknemers. Lagere productiviteit in sectoren als de landbouw kosten Oeganda nog eens $ 201 miljoen per jaar.
 
Het land besteedt ongeveer $ 254miljoen per jaar aan het behandelen van diarree, bloedarmoede en luchtweginfecties die gekoppeld zijn aan ondervoeding. Er sterven elk jaar zoveel kinderen aan oorzaken die verband houden met ondervoeding om Oeganda ’s arbeidskrachten te verminderen met ongeveer 3,8 procent. Dat komt neer op een verlies van ongeveer 934 miljoen arbeidsuren per jaar als gevolg van afwezige arbeidskrachten.
 
Essentiële voedingsstoffen
Oeganda heeft niettemin een van de snelst groeiende economieën in Afrika met een gemiddelde groei van 5 procent in de afgelopen 3 jaar. Maar deze economische vooruitgang is niet voldoende om het niveau van ondervoeding naar beneden te brengen. 
 
Ongeveer 5 procent van de Oegandese kinderen leiden aan groeiachterstand door ondervoeding, een levenslange aandoening die ontstaat wanneer kinderen essentiële voedingsstoffen als eiwitten, vitaminen en mineralen missen in de baarmoeder of in de eerste vijf levensjaren. Mensen die zijn getroffen door de afremming van de groei hebben meer kans op ziekte, het verlaten van de school, minder productief zijn op de werkvloer en een korter leven. 
 
Om de economische gevolgen van honger te bepalen bij landen als Oeganda zijn de auteurs van het rapport terug gegaan tot het jaar 2009. Bevindingen m.b.t. Egypte, Ethiopië en Swaziland zullen de komende weken worden uitgebracht. Met behulp van een statistische methode die voor het eerst gebruikt werd in Latijns-Amerika, zullen de onderzoekers in totaal 12 Afrikaanse landen analyseren waaronder Kenia, Rwanda, Burkina Faso, Kameroen, Malawi, Botswana, Ghana en Mauritanië.